Missionaris met een camera
De 34 jarige Swolgense filmmaker Marijn Poels reist de wereld rond. Met behulp van zijn camera brengt hij ontwikkelingssamenwerking in beeld. Hij is net terug van anderhalve week Peru voor de zesde aflevering van de serie Limburg helpt, een reeks documentaires over Limburgse ontwikkelingsprojecten, te zien op omroep L1.
Poels: ‘Nu begint het productieproces. In een week of twee, drie breng ik ongeveer 13 uur aan filmmateriaal terug tot een documentaire van 26 minuten. L1 heeft me daarin de volledige vrijheid gegeven. Ik probeer mijn films voor zichzelf te laten spreken: ik ventileer mijn mening niet, maar ik wil de mensen laten zien dat er een andere wereld is. Ik hoop dat de film de mensen wat doet. Zij mogen zelf conclusies trekken, zelf beoordelen wat goed of fout is. De camera is mijn middel om mijn verhaal te vertellen en mensen te inspireren.’
Poels heeft niet de illusie de wereld te kunnen veranderen: ‘Nee, er zijn zoveel problemen, die kan ik echt niet oplossen. Maar als er mensen op een specifieke plek geholpen worden door ontwikkelingswerk, dan wil ik dat laten zien. Ik ben onlangs in Congo geweest. Een verschrikkelijk arm en verscheurd land, waar je met een speer door je hart doorheen rijdt. Maar als je dan een missionaris treft die vrouwen leert lezen en schrijven waardoor die vrouwen een beetje onafhankelijker worden, dan zijn dat geweldige prestaties. Of dat er een oude naaimachine, die wij naar de Kringloop zouden brengen, komt, waardoor ze zelf hun kleren kunnen maken, dat is toch fantastisch?’
Poels vertelt gepassioneerd over zijn werk: ‘Mijn beroep is filmmaker. Maar ik ben veel meer missionaris dan filmmaker. Mijn missie is het om mensen respect en waardering voor andere culturen bij te brengen. Ik ben daar zelf volledig ondergeschikt aan. Feitelijk ben ik niemand: het gaat niet om mij maar om de inhoud van de film. Als er ergens een première van mijn films is, moet ik vooraan zitten. Zonde, ik zou veel liever ergens zitten waar ik kan zien wat mijn film bij de mensen losmaakt.’
Waar de passie vandaan komt laat zich niet moeilijk raden. Poels: ‘Ja, de invloed van mijn vader René, die altijd veel ontwikkelingswerk heeft gedaan, is natuurlijk onmiskenbaar. Maar toch is dat besef pas later gekomen. Als pap vroeger van huis was, vond ik het alleen maar interessant dat hij zijn baard had laten staan na zo’n verre reis. En als hij zei dat ik mijn bord leeg moest eten, want de kinderen in Afrika zouden er blij mee zijn, dacht ik: ‘Ja pap………’
Pas toen ik op mijn 25ste ben gaan reizen, ging de wereld letterlijk en figuurlijk voor mij open. Ik zag in Albanië voor het eerst grote armoede, en ben me toen in de problematiek gaan verdiepen. Toen pas realiseerde ik me echt wat mijn vader deed. Van het een kwam het ander. Vrienden wezen mij erop dat het bijzonder was wat ik deed. Ik hield eens een lezing, ondersteund met beeldmateriaal, in de soos in Meerlo en zo ging het balletje rollen.’
Ruim twee jaar geleden zei Poels zijn baan bij de TBS-kliniek op. Daarna volgde een tijd van heel hard werken, maar ook een tijd waarin zijn visie gestalte kreeg: ‘Nederland is een fantastisch land. Maar de tijd en het respect voor elkaar laten te wensen over. We stoppen oudere mensen in verzorgingshuizen en hebben vanwege de bureaucratie nauwelijks tijd om ze goed te verzorgen. In veel andere landen gaan ze met meer respect met de oudere medemens om. Mensen met minder materiële zaken zijn vaak zo mooi, zo puur, zo gastvrij en zo vrolijk. Het is een droom om ooit een film te maken waarin de tegenstellingen op een mooie manier in beeld komen: in Zimbabwe loopt het hele dorp uit als een kind een voetbal krijgt, hier belandt die op de kast.’
Marijn Poels is enkele weken in Nederland, voordat hij voor de laatste documentaire voor L1mburg helpt naar India gaat. Voor andere projecten van Poels zie www.marijnpoels.com.
Popularity: 17% [?]